30 september 2026
Een plug en schroef moeten goed samenwerken. Alleen dan krijg je een stevige bevestiging die niet loskomt of uit de muur trekt. Welke plug bij welke schroef past, hangt af van drie dingen: de ondergrond, het gewicht van wat je ophangt en de maat van de plug.
Een schilderijtje aan een betonnen wand vraagt iets anders dan een tv-beugel op gipsplaat. Kijk daarom niet alleen naar de kleur of diameter van de plug. Bepaal eerst waar je in boort en kies daarna de juiste schroefmaat en -lengte.

De ondergrond bepaalt welk type plug je nodig hebt. Een standaard nylon plug werkt goed in veel massieve wanden, maar is niet voor iedere muur geschikt.
In beton, volle baksteen en kalkzandsteen kun je meestal uit de voeten met een universele nylon plug of betonplug. De plug zet uit wanneer je de schroef indraait en klemt zich zo vast in het boorgat.
Bij gipsplaat, holle steen en cellenbeton werkt dat anders. Daar heeft een normale plug minder grip, omdat het materiaal dun, hol of poreus is. Kies dan een plug die speciaal voor die ondergrond is gemaakt, zoals een hollewandplug, gipsplaatplug of cellenbetonplug.
Ook het gewicht telt mee. Voor een lichte spiegel of kapstok is een standaard bevestiging vaak voldoende. Hang je een radiator, zware wandkast, trapleuning of zonwering op, kijk dan verder dan een standaardplug. Een metalen anker, keilbout of chemisch anker kan dan nodig zijn.
Voor iedere ondergrond en belasting vind je bij Hormes bevestigingsmateriaal voor verankeren.
De diameter van de schroef moet binnen het bereik van de plug vallen. Is de schroef te dun, dan zet de plug onvoldoende uit. De bevestiging krijgt dan weinig grip. Is de schroef te dik, dan kan de plug splijten of vervormen.
Als praktische richtlijn kun je onderstaande maten gebruiken. Controleer altijd de verpakking van de plug die je gebruikt. Het aanbevolen schroefbereik kan per merk en plugtype verschillen.
| Plugmaat | Boordiameter | Geschikte schroefdiameter | Veelgebruikte toepassing |
| 5 mm | 5 mm | ca. 3–4 mm | Lichte bevestigingen |
| 6 mm | 6 mm | ca. 4–5 mm | Lichte tot gemiddelde belasting |
| 8 mm | 8 mm | ca. 4,5–6 mm | Plankdragers, kasten en wandobjecten |
| 10 mm | 10 mm | ca. 6–8 mm | Zwaardere bevestigingen |
| 12 mm | 12 mm | ca. 8–10 mm | Zware toepassingen in massieve wanden |
De boor heeft bij standaard pluggen meestal dezelfde diameter als de plug. Een 8 mm plug vraagt dus doorgaans om een 8 mm steenboor. Bij speciale pluggen, zoals gipsplaatpluggen of chemische ankers, kunnen andere boorvoorschriften gelden.
Gebruik een schroef met een passende kop voor je toepassing. Een verzonken kop is handig als de kop vlak in hout of een plaat moet vallen. Voor een beugel, oog of montagegat is een bolkop of lenskop soms geschikter. Bekijk het assortiment schroeven als je verschillende lengtes en soorten nodig hebt.
Niet alleen de dikte, maar ook de lengte van de schroef is belangrijk. De schroef moet door het materiaal dat je bevestigt gaan én vrijwel de hele plug benutten.
Een handige richtlijn is:
schroeflengte = pluglengte + dikte van het te bevestigen materiaal + enkele millimeters voor de punt
Bevestig je bijvoorbeeld een houten lat van 18 mm dik met een plug van 8 x 40 mm? Dan kom je uit op ongeveer 18 + 40 + 2 mm. Een schroef van circa 60 mm is dan vaak een logische keuze, mits de diameter ook bij de plug past.
Neem ringen, montagebeugels en afstandhouders mee in je berekening. De schroef moet lang genoeg zijn om de plug goed te laten uitzetten, maar mag niet onnodig diep de muur in gaan. Let vooral op bij leidingen in wand of plafond.
Bij een massieve ondergrond, zoals beton, volle baksteen, natuursteen of kalkzandsteen, biedt een universele nylon plug vaak goede houvast. Boor met de juiste boordiameter en maak het boorgat iets dieper dan de plug lang is. Zo blijft er ruimte voor boorstof en de schroefpunt.
Verwijder boorstof voordat je de plug plaatst. Dat kan met een stofzuiger, blaaspomp of boorgatreiniger. Zeker bij zwaardere bevestigingen maakt een schoon boorgat verschil voor de grip.
Voor zware objecten is een gewone plug niet altijd voldoende. Denk aan:
Beoordeel niet alleen het gewicht, maar ook de kracht die op de bevestiging komt. Een tv-beugel die naar voren kan draaien veroorzaakt bijvoorbeeld extra hefboomwerking. Kies bij twijfel voor een bevestigingssysteem met voldoende belastbaarheid en houd rekening met de kwaliteit van de muur. Poreuze, oude of beschadigde baksteen draagt minder goed dan massief beton.
Een standaard nylon plug is meestal geen goede keuze voor een enkele gipsplaat. De plaat is te dun om de plug goed te laten uitzetten. De bevestiging kan loskomen, zeker wanneer er regelmatig aan wordt getrokken of wanneer het object zwaar is.
Voor gipsplaat en holle wanden zijn dit de meest gebruikte oplossingen:
Wil je een zware kast of tv aan gipsplaat ophangen? Zoek dan eerst de stijlen achter de plaat. Daar kun je de bevestiging het beste op afstemmen. Zijn die niet bruikbaar, kies dan een geschikte hollewandbevestiging die past bij de plaatdikte en het opgegeven draagvermogen. Vertrouw bij een zware tv-beugel niet alleen op het totaalgewicht: de afstand van de tv tot de wand vergroot de belasting.
Cellenbeton, gasbeton en poreuze steen zijn zachter dan beton of volle baksteen. Een gewone plug kan het materiaal uitdrukken of te weinig grip krijgen. Gebruik daarom een speciale cellenbetonplug, schroefplug of een bevestigingsmiddel dat de belasting over een groter oppervlak verdeelt.
Boor in cellenbeton bij voorkeur zonder klopstand. Met klopstand maak je het boorgat al snel te groot, waardoor de plug minder goed vastzit. Druk de plug ook niet met geweld in een te krap gat. Dat kan het materiaal rond het boorgat beschadigen.
Bij lichte bevestigingen kan een geschikte plug voldoende zijn. Voor zwaardere toepassingen is het verstandig om de draagkracht van het materiaal en de productinformatie goed te controleren.

Met deze volgorde voorkom je de meeste fouten bij wandbevestigingen:
Voor het boren is het belangrijk dat je de juiste boor gebruikt. In beton en steen gebruik je een steenboor; bij zeer hard beton werkt een boorhamer met geschikte betonboor beter. Bekijk hiervoor het assortiment boren.
Een plug die meedraait of uit de muur komt, heeft vaak niet alleen met de schroef te maken. Dit zijn veelvoorkomende oorzaken:
Welke plug bij welke schroef past, is dus geen vaste regel die voor iedere muur hetzelfde is. Begin altijd met de ondergrond. Kies vervolgens een plug die bij die ondergrond en belasting past. Stem daarna de boormaat, schroefdiameter en schroeflengte op elkaar af.
Met de juiste voorbereiding maak je een bevestiging die stevig blijft zitten en veilig gebruikt kan worden. Bij Hormes vind je pluggen, schroeven, boren en andere materialen overzichtelijk op klus gesorteerd. Kom je er bij een lastige wand of zware belasting niet uit? Vraag dan praktisch advies in de vestigingen in Wijchen, in de buurt van Nijmegen, of Beneden-Leeuwen.
Bij een standaard plug van 6 mm past meestal een schroef van 4 tot 5 mm dik. De juiste lengte hangt af van de pluglengte en de dikte van het materiaal dat je vastzet. Controleer altijd het maatbereik op de verpakking van de plug.
Voor een 8 mm plug is een schroef van ongeveer 4,5 tot 6 mm dik gebruikelijk. Gebruik doorgaans een 8 mm boor. Voor de lengte tel je de dikte van het montagedeel op bij de lengte van de plug.
Alleen als die schroef binnen het aanbevolen bereik van de plug valt. Een te dikke schroef kan de plug beschadigen of laten splijten. Kies bij twijfel een grotere plug met een passende schroef en boorgat.
Ja, meestal wel. De schroef gaat niet alleen in de plug, maar ook door het materiaal dat je bevestigt, zoals een lat, beugel of plaat. Tel daarom de dikte van dat materiaal op bij de pluglengte.
Bekijk het hele assortiment schroeven van Hormes
30 september 2026
Oude kit verwijderen is nodig voordat je een badkamer, raam, keukenblad of kozijn opnieuw afkit. Zeker als de kit beschimmeld is, loslaat, scheurt of verkleurt. Het belangrijkste is dat je niet alleen de zichtbare kitrand weghaalt, maar ook de dunne resten erachter. Nieuwe kit hecht namelijk alleen goed op een schone, droge en vetvrije ondergrond. In dit artikel lees je hoe je siliconenkit verwijdert, waarmee je kitresten weghaalt en waar je op moet letten bij tegels, glas, hout, kunststof
23 september 2026
Tegels leggen in de badkamer vraagt om nauwkeurig werk. Een tegel die net niet vlak ligt, een slechte aansluiting bij de douche of een verkeerde lijmkeuze kan later voor problemen zorgen. Denk aan loslatende tegels, scheuren in voegen of vocht dat achter het tegelwerk komt. Of je nu een complete badkamer renoveert of alleen een douchehoek opnieuw betegelt: de basis blijft hetzelfde. Zorg voor een vlakke, stevige en goed afgedichte ondergrond. Werk daarna met passende tegellijm, voldoende
16 september 2026
Zelf laminaat leggen is voor veel doe-het-zelvers goed te doen. Zeker in een rechte ruimte met een vlakke ondergrond. De voorbereiding bepaalt daarbij voor een groot deel het resultaat. Een goede ondervloer, voldoende uitzetruimte en een nette eerste rij voorkomen later problemen zoals kraken, kieren of bolstaand laminaat. In dit artikel lees je hoe je een laminaat vloer legt, waar je begint, welke richting je kiest en wat je nodig hebt. Ook behandelen we de meest gemaakte fouten bij
9 september 2026